Vanmorgen opende het Radio 1 nieuws met het bericht dat Obama christen is en geen moslim. Veel Amerikanen verkeren in de veronderstelling dat hun president de Islam aanhangt en dat is (schijnbaar) niet goed voor zijn imago anders zou de voorlichtingsdienst niet zo snel zijn met de ontkrachting van de veronderstelling. In Kosmopolitisme, ethiek in een wereld van vreemden gaat filosoof A. K. Appiah in op de hedendaagse botsing van culturen, geloven, samenlevingen. Zijn opvatting is dat wereldleiders de verschillen tussen mensen overdrijven en daardoor de conflicten in stand houden of zelfs aanwakkeren. Ga niet in op waarin je van elkaar verschilt maar ga met elkaar in gesprek. Door met elkaar in gesprek te gaan (wat iets anders is dan argumenteren en debatteren om gelijk te krijgen) ontstaat er onderling begrip en daardoor respect. Gelijk krijgen is niet aan de orde, daar gaat het niet om zegt Appiah. Het gaat erom dat elke mens vrij is in de keuzes die hij maakt maar dat hij daarnaast ook de verplichtingen tegenover anderen nakomt. In zijn boek beschrijft hij de verschillende banden die mensen met elkaar hebben. De band die je met elkaar hebt door herkenning: dezelfde achtergrond en geschiedenis maar juist ook door het niet hebben van dezelfde geschiedenis: nieuwsgierigheid naar elkaars kunst en verbeelding. Door daarvoor open te staan kunnen we eigenlijk pas echt onszelf leren kennen. Dat noemt Appiah de band van de mensheid en hij geeft daarbij het voorbeeld dat zijn volk – de mensheid – de Chinese muur heeft gemaakt, de Sixtijnse kapel maar ook het Chryslergebouw. Begrip voor elkaar opbrengen gaat vooral via de weg van de kunst stelt hij. Kosmopolitisme is in een zin universaliteit plus verschillen en daarom hoeven we niet bang te zijn voor de globalisering. Er blijft genoeg over van onszelf en we moeten juist kijken naar al het goede dat globalisering ons heeft gebracht. In zijn boek maakt Appiah gebruik van vele voorbeelden die hij uit zijn eigen levensgeschiedenis haalt. Hij is opgegroeid in een multicultureel gezin, vader Ghanees’ en moeder Engels. Al die voorbeelden maken het boek levendig en praktisch. De visie die Appiah geeft op het begrip kosmopolitisme is prettig en lijkt me fijn om naar te leven. Toch blijf ik wel met vragen zitten na het lezen van zijn boek. Alhoewel hij ingaat op de problemen die de kosmopoliet kan tegenkomen, beantwoordt hij de vragen niet helemaal. Tja, zegt hij mensen die niet willen en dus antikosmopoliet zijn maken politieke keuzes. Bovendien, zegt hij en daarmee komt de vertaling naar de moderne samenleving, zijn de meeste gelovigen geen fundamentalist en gaan ook zij uit van de verplichtingen die we tegenover elkaar hebben. En hij valt terug op begrip ontstaat via het gesprek. Aanvaarden dat we niet allemaal dezelfde waarden kunnen omarmen en begrijpen dat we er allemaal toe doen. Argumenteren zorgt ervoor dat je jouw waarde beter vindt dan die van de ander. Dat klinkt allemaal heel liefelijk maar ondertussen worden er nog steeds vrouwen gestenigd en is het te eenvoudig om dat gegeven af te doen met de term antikosmopoliet. In Vrij Nederland zei hij in 2007: “Als je de wereld rondgaat terwijl je met je vuist op tafel slaat en zegt dat vrouwenbesnijdenis intens slecht is, dan heb je goede kans dat de praktijk juist in omvang toeneemt. De verkeerde vorm van dialoog maakt het vaak veel erger. Dan houden mensen vast aan hun eigen gewoonten alleen omdat een of andere vreemdeling tegen hen zegt dat ze niet deugen. Veel betere kansen op verandering heb je als je het gesprek aangaat met respect, een besef van je eigen feilbaarheid en een openheid te leren van de ander.” En als we die openheid zouden hebben dan zou Obama niet eens hoeven te vertellen of hij moslim of christen is!
Kosmopolitisme
August 2010 · Geen reacties
Tags: zomaar
Laat een reactie achter